Publicatie in groentennieuws
“De praktijk kan niet tien jaar wachten op regelgeving”
Dat is volgens hem geen overbodige luxe. “Tijdens de behandeling mag je niet aanwezig zijn. Met zo’n app kun je de machine op afstand bedienen en tegelijkertijd inzicht houden in wat er gebeurt.” Juist dit soort innovaties zouden volgens Veugen vaker voor het voetlicht mogen komen.

Minder middelen, meer behoefte aan innovatie
Een belangrijk onderwerp binnen de sector is de beschikbaarheid van middelen voor gewasbescherming en desinfectie. Over biociden is Veugen relatief positief. De beschikbaarheid daarvan is volgens hem op dit moment goed.
Ook de handhaving rond toelatingen en gebruiksvoorschriften ziet hij niet uitsluitend als een probleem. Integendeel: duidelijke handhaving kan juist bijdragen aan een gezonde markt. “Het is goed dat wordt gecontroleerd of middelen daadwerkelijk worden gebruikt zoals voorgeschreven. Daarmee worden ook de investeringen van toelatingshouders beschermd. Middelen die niet werken of verkeerd worden toegepast, horen uiteindelijk niet in de markt thuis.”
Bij gewasbeschermingsmiddelen ligt dat anders. Het aantal beschikbare middelen neemt af, terwijl telers en toeleveranciers wel met dezelfde en soms nieuwe problemen te maken blijven houden.
Veugen hoopt dat die ontwikkeling uiteindelijk een impuls geeft aan innovatie. “Als er minder middelen beschikbaar zijn, moeten bedrijven wel op zoek naar andere oplossingen. Dat kan een stimulans zijn om groenere en effectievere alternatieven te ontwikkelen.”

Een innovatieproces van tien jaar
Daar wringt volgens Veugen echter de schoen. Het ontwikkelen van nieuwe producten vraagt grote investeringen, terwijl de toelatingsprocedures bijzonder lang kunnen duren.
“Een traject kan soms richting de tien jaar gaan. Als je vervolgens misschien een miljoen euro moet investeren in de ontwikkeling van een product, is het de vraag of dat economisch nog verantwoord is. Tegen de tijd dat het product is toegelaten, kan de markt alweer compleet veranderd zijn.”
Volgens Veugen is vooral de onzekerheid problematisch. Niet alleen de lengte van de procedure, maar ook het gebrek aan transparantie over de doorlooptijd maakt het voor bedrijven moeilijk om investeringsbeslissingen te nemen.
De praktijk kan ondertussen niet stil blijven staan. Telers krijgen ieder seizoen te maken met ziekten, plagen en andere uitdagingen. Wanneer effectieve oplossingen verdwijnen, ontstaat druk om alternatieven te zoeken, ook als die alternatieven formeel nog niet beschikbaar zijn.
‘Schoon starten’ wordt steeds belangrijker
Tegelijkertijd ziet Veugen een positieve ontwikkeling in de sector. Telers zijn volgens hem steeds meer gemotiveerd om schoner te werken en een teelt daadwerkelijk schoon te beginnen.
Dat begint al bij het uitgangsmateriaal. “Telers zien steeds beter welke risico’s ze lopen. Een ziekte-uitbraak kan enorme gevolgen hebben. Bij een virus zoals ToBRFV kunnen de schade en de kosten enorm oplopen. Dan wordt preventie ineens veel belangrijker.”
Eenmaal begonnen met een besmetting, zijn de mogelijkheden om tijdens de teelt nog bij te sturen beperkt. Daarom verschuift de aandacht steeds meer naar preventie: schoon uitgangsmateriaal, hygiënische werkwijzen en het beperken van insleep.
In kassen wordt bijvoorbeeld vaker gaas toegepast en worden voor personeel strengere hygiëneprotocollen ingevoerd. Douches voor medewerkers zijn daar een voorbeeld van.

De pluimveesector als voorbeeld
Volgens Veugen kan de tuinbouw op het gebied van hygiëne nog veel leren van de pluimveesector. Daar zijn vergaande protocollen al langer gemeengoed. “Bij pluimvee is de dreiging van virussen en bacteriën voortdurend aanwezig. Daardoor is hygiëne daar veel verder ontwikkeld. In de tuinbouw zijn we die kant ook op aan het gaan.” Preventie kost geld, maar een uitbraak kan nog veel duurder uitpakken. Dat roept ook de vraag op of telers zich tegen bepaalde risico’s zouden kunnen verzekeren.
Het idee is vergelijkbaar met een verzekering tegen bijvoorbeeld hagelschade. Voor ziekte-uitbraken zou zo’n systeem mogelijk een vangnet kunnen bieden. Veugen zet daar echter vraagtekens bij. “Je kunt je afvragen wat zo’n verzekering gaat kosten als het risico daadwerkelijk groot is. De premie moet natuurlijk opwegen tegen het risico. In de pluimveesector bestaan wel fondsen die hierbij helpen. Misschien is het interessant om te kijken wat de tuinbouw daarvan kan leren.”
Regelgeving loopt achter op de praktijk
Een ander knelpunt is de toegankelijkheid van informatie. Europese databases, zoals die van ECHA, zijn volgens Veugen niet altijd gebruiksvriendelijk voor de mensen die er in de praktijk mee moeten werken. De informatie is volgens hem vaak geschreven vanuit een juridisch perspectief, terwijl een teler vooral wil weten: wat mag ik gebruiken, waarvoor, hoe en onder welke voorwaarden? “De informatievoorziening is te veel gericht op juridische afdelingen en te weinig op de teler.”
Dat is volgens Veugen niet alleen een praktisch probleem. Wanneer informatie moeilijk vindbaar of ingewikkeld geïnterpreteerd moet worden, neemt ook het risico op verkeerd gebruik toe. Daarmee ontstaat een paradox. Regels zijn bedoeld om veilig en verantwoord gebruik te garanderen, maar wanneer de regelgeving te complex of te traag is, kan juist een kloof ontstaan tussen wat formeel is toegestaan en wat in de praktijk nodig wordt gevonden.
De praktijk wacht niet
Veugen ziet daarom een duidelijke spanning ontstaan tussen regelgeving, innovatie en de dagelijkse praktijk. Producenten willen investeren in nieuwe oplossingen. Telers hebben behoefte aan effectieve middelen en methoden. Tegelijkertijd zijn toelatingsprocedures langdurig en is informatie niet altijd eenvoudig toegankelijk.
“De praktijk loopt soms voor op de theorie en regelgeving. Gebruikers en producenten kunnen niet eindeloos wachten.” Volgens Veugen ligt daar een belangrijke opdracht voor de komende jaren. De sector zal moeten blijven investeren in innovatie én preventie, maar regelgeving moet die ontwikkeling wel kunnen bijbenen.
Want één ding is duidelijk: de behoefte aan oplossingen wordt niet kleiner. Juist nu het aantal beschikbare gewasbeschermingsmiddelen afneemt en de risico’s van ziekte-uitbraken toenemen, wordt kennis, innovatie en hygiënisch werken steeds belangrijker. Voor Veugen is de richting helder: minder afhankelijkheid van middelen, meer aandacht voor preventie en schoner werken, maar vooral ook regelgeving die aansluit bij de werkelijkheid van de tuinbouw.

Lees het originele artikel hier
https://www.groentennieuws.nl/article/9871272/de-praktijk-kan-niet-tien-jaar-wachten-op-regelgeving/





















































































































Greenhouses with cucumbers
or tomatoes
, farms with broilers, breeders, a hatchery
, a rutabaga vegetable storage and a paint factory. Meeting new and existing customers was a pleasure. Thanks to team Arbourdale, to guide and help customers with fogging and hygiëne.
“Driving through Canadian landscape and small villages with yellow schoolbuses, It doesn’t feel like work 😎”
Rob Veugen